recensies

Over Wit Lood Rood (muurboek 1)

Suzanne Duijf

Het tentoonstellen van je werk, je beeldend proces is een kwetsbaar gegeven. Het wekt gevoelens en emoties. Dit werkt voor zowel de toeschouwers als de maker zo. Waar je je als beeldend kunstenaar wel heel bewust van wordt is dat het werk toch vooral van zichzelf is. Het eerste autonome gegeven, het zend een bericht de buitenwereld in, het wekt filosofische problemen op.
Mariëtte Schrijver is hier veel mee bezig. Is dit narcistisch? Is het een contradictie? Ze stelt vragen, steeds maar vragen, en het antwoord….. kijk zelf maar.
Mensen hebben er vaak plezier in om hun aangeboren en/of aangeleerde bekwaamheden tot ontplooiing te brengen, en dat plezier neemt toe naarmate de complexiteit ervan toeneemt. Processen zijn soms pijnlijk door een gebrek aan inzicht op dat/het moment. Hij of zij heeft best in de gaten waar zijn/haar betoog rammelt en hoe gammel de constructie soms nog is die men de kijker voortovert. Tast de zelfkritiek de lol aan: een ontevreden Socrates?
Wij kijken ernaar en zien slechts één kant van de zaak maar de maker kent beide zijden. Trots en schaamte maken een mens afhankelijk van het oordeel van andereren. Een vrij mens denkt niet aan wat anderen van hem zullen denken. Eer zoeken is eer doen toekomen. Meer eer dan hem toekomt ontaard in eerzuchtigheid; eer die onverschillig laat, ontaard in eerloosheid, terwijl toch op goede gronden geprezen wordt. Laten we het hebben over Wit Lood Rood met trots. Lees maar eens en kijk geduldig naar de beelden. Het onderbewuste speelt voor zich.

Over abstract werk

Lida Bonnema in Noord Hollands dagblad ( 2007)

Dik canvas vormt de drager van de minimalistische schilderingen van Mariëtte Schrijver uit Eerbeek. Haar werken kenmerken zich door leegte en slechts een zweem van kleur. Door de ruimtelijke opzet ogen de schilderijen uitgebalanceerd en rustig. Schrijver houdt echter haar ( heftige) gevoelens en gedachten verborgen onder voorzichtige verflagen en weerbarstige lijnvoering. Daardoor geven de schilderijen zich niet zomaar gewonnen. Ze eisen concentratie. Pas dan ontplooit de sobere eenvoud zich ten volle en kun je als kijker “bij het schilderijen komen”.

REACTIE HENK PEETERS (NUL-GROEP)

Jouw werk doet me ergens denken aan dat van Tapiés. Hoewel heel anders van opzet is ook voor jou materiaalkeuze en compositie belangrijk. Je werk is erg ruimtelijk; ruimte die je leeg laat, oneindig, maar er zit ook iets waardoor die ruimte wel zichtbaar wordt. Alleen maar leeg kan ook niet; er is altijd wel een kant waarmee je wat doet. Je probeert het met weinig te doen. In hele grote lijnen hield ik me er in de nul-tijd, en trouwens nog steeds ook mee bezig. Maar jij hebt toch een heel andere kant; je bent veel picturaler. Je kleur en je schrift spreken bij jou een belangrijke rol; dat vind je bij de nul niet. Jij zit veel duidelijker bij de schilderkunst. Het reduceren, het weglaten van een hele hoop zie je bij ons wel weer terug. Maar er zijn dingen die voor jou heel belangrijk zijn; het materiaal, de textuur en de kleur. Ofschoon er weinig kleur in voorkomt is het toch erg coloristisch. Dus dat zijn allemaal elementen die jij gebruikt en waardoor jij je toch meer thuis zult voelen in schilderkunst van het minimale. Het is echter geen minimalisme maar veel meer lyrisch abstract, want de vormen ontstaan helemaal willekeurig en intuïtief; er zit geen logica in. Wat je soms wel doet, is dat je ook in de compositie zoekt; dat het niet meer uit contrasten bestaat, maar dat die ook langzamerhand verdwijnen. Hoe minder middelen je gebruikt, hoe sterker het aankomt op dat middel dat je dan wel gebruikt. Je kunt je niet meer verschuilen achter allerlei andere dingen. Jij beperkt je zo sterk dat je daardoor heel sterk op dat weinige kijkt. En dat maakt natuurlijk dat je veel meer op het scherp van de snede gaat zitten. Da’s lef hebben. Tegelijkertijd kun je zien dat het is ontstaan; er zitten misschien wel 20 lagen onder of boven elkaar. Je voelt dat het ontstaan is vanuit een zoeken; het is niet zo gemaakt dat je van tevoren precies wist wat er komen ging. Je houdt een beetje de suggestie erin dat het ontstaan is vanuit het werken, het ontdekken en dan oplossingen zoeken. En het maakt ook dat het daardoor niet beredeneerd is en ook daarom dus niet minimalistisch. Je maakt niet van tevoren aantekeningen van hoe je het wilt hebben. Maar je bent ook erg afhankelijk natuurlijk van allerlei toevalligheden; in de techniek ook. Bijvoorbeeld het laten staan van net even iets, wat bij jou heel duidelijk opzettelijk gebeurt. Het zijn geen toevallig slecht weggewerkte stukjes, nee, het is wat de bedoeling is.

Waar sta je met jou werk? En in het licht van duizenden schilders; is het dan zo van; hou maar op ga maar naar huis of hebben we een wonder gevonden? Dat schuift natuurlijk steeds op en kun je pas achteraf zeggen. In de actualiteit heb jij niet heel duidelijk een rol, dan zou je trouwens ook heel anders bezig zijn als je daar naar aan het zoeken was. Dan is er een traditie waarin er een heleboel kunst ontstaan is die verwantschappen heeft en dan kun je ook zeggen als je het in die context ziet, waar zit het dan? Als je naast jou werk een Tapiés hangt dan is dat natuurlijk sterker, dat weet je. Aan de andere kant is er een heleboel waar jij je werk naast kunt zetten en dan is dat van jou ineens veel sterker en veel beter. Jouw werk staat erg dicht bij me; ik vind het mooi.

Suzanne Duijf (1ste graads docent tekenen/schilderen)

Mariëtte schildert in haar werk geen herkenbare beelden. aanwezig is een duidelijke verfhuid, de eenvoud van beeld, gevoelig voor de bekoring van het schilderachtige. Er is een relatie met het Colorfield Painting en Post Painterly Abstraction; een ontwikkeling vanuit het Abstract Expressionisme.

Het verwijt van holle esthetiek (het mooie schilderij) en het elitaire karakter. In tegenstelling tot het kunst voor iedereen begrijpbaar effect, speelde dit een grote rol in de jaren zestig. Bij haar is dit een item dat ook meespeelt.
En dan heb je nog een richting die te aanschouwen is in de zestiger jaren; de z.g.n. Minimal Art, en minder cool; de NUL-groep en het Duitse Zero. Een anti-expressionistische beweging in die jaren. De tijd wordt gekenmerkt door de koele berekening van de Minimal Art en de romantiek van het Nieuwe Realisme. Een inleiding in de periodisering van kunsttendensen. En nu….
Mariette geeft blijk van ambachtelijkheid. Er is een verdringing, een wederopbouw, een afbraak, een reis door de tijd, een station, een zijstraat. Steeds weer de onschuld van de geboorte. De inhoud is er omdat er uiteindelijk met iets begonnen moet worden. Niet de schilderkunst als uitspraak, maar gewoon als denkproces. Een fundamentele schilderkunst, die ook deze naam sinds de jaren zeventig draagt. Rudi van de Wint is hier een mooi voorbeeld van. Hij is vooral bekend door de kleurvlakken rood/blauw in de vergaderzaal van de tweede kamer (1992). Ook het woord Tachisme is van toepassing; een egale monochrome verflaag.
Kunst is een samenspraak tussen helderheid en vuiligheid, symbool van universaliteit en hedendaagse sensibiliteit. Kunst drukt verlangen uit en de wens naar vrijheid. Een reis, een imaginaire reis in het universum van ruimte en tijd. Een begeleiding op weg in deze vaak verwarrende maatschappij.
Schilderijen die tot echt zijn bewegen, werk dat oprecht is, schoonheid, vervangen. Ze vervangen cynisme, amusement, pose en kitsch.

W. DERKSEN IN DE ZUTHPENSE COURANT

De spiegelingen in de ramen zijn de schilderijen van Schrijver; producten van een imaginaire reis van hoop naar wanhoop en weer terug. Een reis ook vol angst en twijfel over de eindbestemming; een reis zonder zekerheden.

Het achterland is nog meer. Het is een achterafland dat artistiek stukje bij beetje moet worden ontgonnen. Schrijver laat zich hierdoor van een kwetsbare kant zien. Daar is moed voor nodig. De toeschouwer heeft durf als hij zich de tijd gunt een stukje mee te reizen. Om het zelf ontdekken en herkennen niet te remmen geeft Schrijver de schilderijen geen titels mee.
De kunstkenner zal bij het zien van de abstracte schilderijen misschien aan de Russisch-Amerikaanse schilder Mark Rothko moeten denken. Een man die landschappen als vlakken zag, waarin licht en duisternis een spel spelen en kleuren tot een mystieke betekenis worden gebracht. Een van Bloms stations is inderdaad Rothko geweest; uit de nabeelden in de herinnering zijn totaal eigen beelden ontstaan. Samengestelde kleuren in schijnbaar eenvoudige composities die gloeien van vitaliteit en zeggingskracht. Haar werk wordt bovendien gekenmerkt door een zekere mate van soberheid en spiritualiteit. Het zijn beelden die over het achterland van Schrijver, maar misschien ook over die van de toeschouwer, vertellen

Over cartoons

W. DERKSEN IN DE ZUTPHENSE COURANT

De cartoonachtige figuren zijn uit het leven gegrepen. Ze bezitten een hoge mate aan herkenbaarheid, maar hun betekenis gaat dieper dan de grappige grimas die ons in 1ste instantie zal boeien. Opvallend is dat hier met weinig coloristische middelen veel zeggingskracht is bereikt.

Over rubbed pastel portretten

OVER PERSPRIJS 1999 DOOR REGIONALE PERS

Het was Mariette Schrijver die furore maakte tijdens de expositie. Met haar bijzondere techniek; bewerkte pastels, viel ze op tussen de andere prachtige doeken. Uit de 64 deelnemers won zij met haar doek Crying loud, twee prijzen; de perspres en de publieksprijs. De persjury beargumenteerde: “De persprijs vanwege de bijzondere uitstraling. Het doek zou van een groot impressionist kunnen zijn. Eigenlijk is haar werk te goed voor deze tentoonstelling.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *